de toer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tur]
Verbuigingen:  toer|en (meerv.)

1) rondrit
Voorbeeld:  `een toer door de Ardennen maken`
Synoniem:  rondreis
op de lollige toer gaan  (lollig doen)

2) keer dat iets ronddraait
Voorbeeld:  `2.000 toeren per minuut`
Synoniemen:  omwenteling, draai
op volle toeren draaien  (op volle kracht functioneren)

3) kunststukje
Voorbeeld:  `gevaarlijke toeren uithalen`
Synoniemen:  kunstje, truc
Dat is nog een hele toer.  (dat is een moeilijke klus)

4) beurt
ieder op toer  (iedereen op zijn beurt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dagreis draai draaicirk draaicirkel excursie expeditie gang handigheid karwei kneep krachttoer kunst mars omgang prestatie reis rit rondgang rondje rondreis rondrit stunt tocht tochtje tour tournee trektocht trip truc uitstapje zijn ronde doen

Spreekwoorden en zegswijzen
• over zijn toeren (=ontredderd)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. een toer geven is het uitrollen en weer opvouwen van bladerdeeg.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), ronde, kring; wandeling (te voet of te paard); hoofdtooisel van vals haar; halssieraad; paarlsnoer; beurt; goochelkunstje; ku...
  3. het kunnen doen van iets moeilijks vb: het was een hele toer om die slingers op te hangen halsbrekende toeren verrichten [ingewikkelde of gevaarlijke dingen doen]
  4. [Belgisch Nederlands] 1. (vaak verkleinv.) wandeling 2. beurt 3. kuur, gril, luim
  5. 1) Beurt 2) Beweging om een as 3) Breiterm 4) Dagreis 5) Draai 6) Draaicirkel 7) Excursie 8) Expeditie 9) Een rij steken (bij breien) 10) Gang 11) Geit 12) Goochelkunst 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met toer:
toerbeurttoerdetoerdentoereikentoereikendtoereikendheidtoerekenbaartoerekenbaarheidtoerekenentoerekenen aantoerekeningtoerekeningsvatbaartoerekeningsvatbaarheidtoerentoerentaltoerentellertoerfietstoerfietsentoerismetoerist
Toon alle woorden die beginnen met toer

Deze woorden eindigen op toer:
krachttoeraudiotoerstoerQuitoërpolitoer
Toon alle woorden die eindigen op toer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. toer (omwenteling, rit)
  2. toer (wilde geit)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `toer`.