de tour

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tur]
Verbuigingen:  tour|s (meerv.)

rondreis, vooral als verkorting van Tour de France
Voorbeeld:  `De eerste Tour ging op 1 juli 1903 om 15.16 uur van start.`
Tour de France  (wielerwedstrijd waarbij een rondreis door vooral Frankrijk gemaakt wordt gedurende een paar weken)

Zie ook:  toer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
reisje rit ronde rondreis rondrit tochtje toer trip

Taaladvies
Tourwinnaar: (hoofdletter?) Krijgt het woord tourwinnaar een hoofdletter of niet?

8 definities op Encyclo
  1. tocht met een vervoermiddel of een rijdier vb: we maakten een tour door Zuid-Frankrijk de Tour de France [jaarlijkse wielerwedstrijd]
  2. Let op: Spelling van 1858 Fr., omvang, omtrek; een reisje, uitstapje; beurt; eene wandeling, rondgang; ook een streek, pots; een tour de bâton, een buitenkansje, een ong...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. zie TOER; - à -, beurtelings; - de bâton, handgreep, gaauwigheid; ongeoorloofde voordeeltjes in ambtsbediening; - de force, kracht...
  4. 1) Beurt 2) Cirkel 3) Grote wielerronde 4) Jaarlijkse wielerwedstrijd 5) Omdraaiing 6) Omvang 7) Omwenteling 8) Reisje 9) Rit 10) Ronde 11) Ronde van frankrijk 12) Rondga...
  5. Een tour of toer geven is:deeg uittrollen en weer in drieen vouwen. Men zegt bijv. van korstdeeg: De korst in zes toeren rollen, zes toeren geven
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tour:
tourdetourdentouretourentouringcartouringcarstournaisientournedostourneetourneestourniquettourniquetstourotouroperatortouroperatorstourt

Deze woorden eindigen op tour:
contourtheatertourretour

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tour (rondrit)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `tour`.