de toerist

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tuˈrɪst]
Verbuigingen:  toerist|en (meerv.)

iemand die voor zijn plezier reist
Voorbeeld:  `Er waren deze zomer weer veel toeristen in Amsterdam.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
reiziger vakantieganger vakantiereiziger

6 definities op Encyclo
  1. iemand die voor zijn plezier reist vb: ik heb als toerist heel wat steden bezocht
  2. •een mannelijk persoon die voor zijn plezier reist.
  3. iemand die voor zijn plezier of ter ontspanning of recreatie reist naar plaatsen of landen om daar bv. vakantie te houden of bezienswaardigheden te bezoeken; iemand die r...
  4. 1) Daggast 2) Dagrecreant 3) Iemand die ergens verblijft ter ontspanning 4) Plezierreiziger 5) Recreant 6) Reiziger 7) Vakantieganger 8) Vakantiereiziger
  5. Ieder die een andere dan zijn eigen woonomgeving bezoekt en zich daar recreatief bezig houdt. Zie ook vakantieganger
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met toerist:
toeristetoeristentoeristenbeentoeristenbenentoeristenindustrietoeristenseizoentoeristisch

Deze woorden eindigen op toerist:
eendagstoeristruimtetoeristecotoeristramptoeristfrigoboxtoeristdrugstoerist

Herkomst volgens etymologiebank.nl
toerist (persoon die voor zijn plezier reist)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `toerist`.