teruglopen

werkw.
Uitspraak:  [təˈrʏxlopə(n)]
Vervoegingen:  liep terug (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is teruggelopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) lopen naar de plek waar je vandaan bent gekomen
Voorbeeld:  `Je hoeft me niet met de auto thuis te brengen, ik loop wel terug.`

2) lager of minder worden
Voorbeelden:  `De belangstelling voor het programma loopt terug.`,
`De barometer loopt terug.`
Antoniemen:  oplopen, stijgen
Synoniemen:  achteruitgaan, dalen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achteruitgaan dalen inzakken vallen oplopen (antoniem)stijgen (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. zwakker of slechter worden vb: het aantal klanten van dit bedrijf is teruggelopen Synoniem: achteruitgaan weer naar het beginpunt lopen vb: we moesten 's avonds nog wel t...
  2. • [erga] verminderen. • [erga] weer naar het beginpunt van een route lopen.
  3. 1) Achteruitgaan 2) Achteruitlopen 3) Afnemen 4) Dalen 5) Ebben 6) Inzakken 7) Krimpen 8) Vallen 9) Verminderen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `teruglopen`.