zeilen

werkw.
Uitspraak:  zɛilə(n)]
Vervoegingen:  zeilde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeild (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

varen met een zeilboot
Voorbeelden:  `We gaan een middag zeilen.`,
`om de wereld zeilen`,
`leren zeilen op een zeilschool`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
glijden stevenen varen watersport zeildoeken

Spreekwoorden en zegswijzen
• met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
• iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
• iemand de wind uit de zeilen nemen (=iets doen/zeggen en daarmee zorgen dat iemand's kritiek verstomt)
• de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
• de wind uit de zeilen nemen (=iemand dwars zitten)
Toon alle 8 spreekwoorden die zeilen bevatten

10 definities op Encyclo
  1. Kortst mogelijke definitie: Het voortbewegen van een vaartuig d.m.v. uitgespannen doek met gebruik making van de wind;-)
  2. Doeken of platen van een materiaal die zijn ontworpen om wind te vangen en de energie hiervan om te zetten, bijvoorbeeld om een zeilboot voort te bewegen of een windmolen...
  3. Uit `De lagere vaktalen: De molenaarstaal` 1914 de wieken van den molen. - 't Was eene zeile gebroken: de zeilkleeden. Ziet dees woord.
  4. in een zeilboot varen vb: we zeilden de hele middag op het Alkmaardermeer zich glijdend of zwevend voortbewegen vb: de fietser zeilde de heuvel af
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Zeilen``] De Z. dienen om schepen door de kracht van den wind voort te drijven en ze tegelijkertijd gedeeltelijk te besturen en te ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zeilen:
gaffelzeilengrootzeilenijszeilenlijzeilenomzeilenplankzeilentafelzeilenbezeilenverzeilenwaterzeilenzeezeilen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zeilen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zeilen` kennen.