sturen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstyrə(n)]
Vervoegingen:  stuurde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestuurd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de richting van een voertuig bepalen met het stuur
Voorbeeld:  `Stuur jij of stuur ik?`

2) (iets of iemand) ergens heen laten gaan
Voorbeelden:  `doorsturen`,
`Ik stuur je morgen een brief met het voorstel.`,
`Kun je haar even naar de derde etage sturen?`
Synoniem:  zenden

3) zorgen dat (iets) gaat zoals het moet
Voorbeeld:  `een proces sturen en beheersen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan het stuur zitten doen toekomen laveren opsturen posten stuurraderen stuurwielen toezenden verzenden wegsturen wegzenden zenden

Spreekwoorden en zegswijzen
• van Pontius naar Pilatus sturen (=van het kastje naar de muur sturen)
• van het kastje naar de muur sturen (=steeds weer naar een andere instantie of loket doorsturen, zonder iemand werkelijk te helpen.)
• met een kluitje in het riet sturen (=met een smoesje wegsturen)
• iemand van Pontius naar Pilatus sturen (=iemand aan het lijntje houden, altijd ergens anders naartoe sturen)
• iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
Toon alle 10 spreekwoorden die sturen bevatten

Taaladvies
  1. Sturen aan / naar: Stuur je een brief aan of naar alle betrokkenen?
  2. Wandelen sturen: Is de uitdrukking iemand wandelen sturen correct?


6 definities op Encyclo
  1. het in een bepaalde richting laten gaan vb: hij stuurde de auto de sloot in Synoniem: manoeuvreren zorgen dat het ergens komt vb: hij stuurt mij een brief Synoniem: zende...
  2. • [inerg] de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt. • [inerg] het stuur van een auto bedienen. • [inerg] de instructies van een roer of stuur opvolgen...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik stuurde, heb gestuurd), zende; iets - (aan iem); [iemand] eene boodschap -, ze aan iemand z...
  4. 1) Aan het roer staan 2) Afvaardigen 3) Afzenden 4) Bezorgen 5) Chaufferen 6) Dirigeren 7) Doen gaan 8) Doen toekomen 9) Inwenden 10) Loodsen 11) Laveren 12) Loeven 13) N...
  5. Def.: volgens het BPR is dit `het zelfstandig bepalen van koers en snelheid van het schip'. Toelichting: Degene die slechts handelt onder direct toezicht van een ander, d...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op sturen:
aansturenbesturenbijsturendoorstureninsturenopsturenposturenterugsturentoesturenversturenwegsturen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sturen (doen gaan)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `sturen` kennen.