sturen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstyrə(n)]
Afbreekpatroon:  stu·ren
Vervoegingen:  stuurde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestuurd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de richting van een voertuig bepalen met het stuur
Voorbeeld:  `Stuur jij of stuur ik?`

2) (iets of iemand) ergens heen laten gaan
Voorbeelden:  `doorsturen`,
`Ik stuur je morgen een brief met het voorstel.`,
`Kun je haar even naar de derde etage sturen?`
Synoniem:  zenden

3) zorgen dat (iets) gaat zoals het moet
Voorbeeld:  `een proces sturen en beheersen`

Zie ook:  stuur


Synoniemen
aan het stuur zitten   doen toekomen   laveren   opsturen   posten   stuurraderen   stuurwielen   toezenden   verzenden   wegsturen   wegzenden   zenden   

Spreekwoorden en zegswijzen
• met een kluitje in het riet sturen (=iemand met veel woorden niet veel wijzer maken)
• je kat sturen (=niet komen opdagen)
• iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
• iemand uit kuieren sturen (=iemand wandelen sturen - niet geven wat hij verlangt)
• iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
Toon alle 6 spreekwoorden die sturen bevatten

7 definities op Encyclo
  • • [inerg] de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt. • [inerg] het stuur van een auto bedienen. • [inerg] de instructies van een roer of stuur opvolgen. • [ov] de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt. • [ov] zorgen dat [een situatie] zich in een bepaalde richting ont...
  • het in een bepaalde richting laten gaan vb: hij stuurde de auto de sloot in Synoniem: manoeuvreren zorgen dat het ergens komt vb: hij stuurt mij een brief Synoniem: zenden het op de juiste manier laten werken vb: de centrale wordt gestuurd door een computer
  • Def.: volgens het BPR is dit `het zelfstandig bepalen van koers en snelheid van het schip'. Toelichting: Degene die slechts handelt onder direct toezicht van een ander, die onmiddellijk het sturen van het schip kan overnemen, is niet degene die het schip krachtens het reglement stuurt. Het sturen van een vare...
  • 1) Zenden per post 2) Laveren 3) Overmaken 4) Toezenden 5) Zenden 6) Loodsen 7) Loeven 8) Dirigeren 9) Posten 10) Wegsturen 11) Bezorgen 12) Navigeren 13) Wegzenden 14) Verzenden per post 15) Verzenden 16) Stuurraderen 17) Inwenden 18) Richten 19) Richting geven 20) Opsturen 21) Doen toekomen 22) Doen gaan
  • doen gaan (in bepaalde richting)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sturen:
sturend

Deze woorden eindigen op sturen:
aansturenbesturenbijsturendoorstureninsturenopsturenterugsturentoesturenversturenwegsturenoversturende kat sturen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sturen (doen gaan)

Taaladvies
  1. Stuur je een brief aan of naar alle betrokkenen? Zie Sturen aan / naar
  2. Is de uitdrukking iemand wandelen sturen correct? Zie Wandelen sturen


Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van sturen?
De verleden tijd van sturen is 'stuurde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gestuurd'.
Wat betekent sturen?
'de richting van een voertuig bepalen met het stuur' en '(iets of iemand) ergens heen laten gaan' en 'zorgen dat (iets) gaat zoals het moet'
Hoe spel je sturen?
sturen spel je S T U R E N
Wat is een ander woord voor sturen?
Andere woorden voor sturen zijn aan het stuur zitten, doen toekomen, laveren, opsturen, posten, stuurraderen, stuurwielen, toezenden, verzenden, wegsturen, wegzenden en zenden.

Op andere websites
Zoek sturen op Woordenlijst.org
Zoek sturen op Google
Zoek sturen op Wikipedia