zenden

werkw.
Uitspraak:  [ˈzɛndə(n)]
Afbreekpatroon:  zen·den
Vervoegingen:  zond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een brief of bericht) sturen
Voorbeeld:  `Aan de ouders van alle leerlingen is een brief gezonden.`

2) (iemand) ergens heen laten gaan
Voorbeeld:  `Er is een verslaggever naar het rampgebied gezonden.`
Synoniem:  sturen


Synoniemen
aan het stuur zitten   doorseinen   opsturen   overmaken   posten   rondstralen   sturen   toezenden   uitstralen   uitzenden   versturen   zending   

Spreekwoorden en zegswijzen
• van stuurboord naar bakboord zenden (=van het kastje naar de muur sturen)
• iemand naar het peperland zenden (=iemand ver van huis sturen)
• het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • •sturen
  • zorgen dat het ergens komt vb: hij zond mij een mooie kaart Synoniem: sturen
  • 1) Sturen 2) Afvaardigen 3) Versturen 4) Richten 5) Rondstralen 6) Opsturen 7) Toesturen 8) Doorseinen 9) Dirigeren 10) Uitstralen 11) Toekomen 12) Overmaken
  • sturen
  • sturen Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zenden:
inzendenterugzendentoezendenuitzendenverzendenwegzendenopzendennazendenheruitzendendoorzendenafzenden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zenden (sturen, naar een andere plaats doen gaan)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van zenden?
De verleden tijd van zenden is 'zond'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gezonden'.
Wat betekent zenden?
'(een brief of bericht) sturen' en '(iemand) ergens heen laten gaan'
Hoe spel je zenden?
zenden spel je Z E N D E N
Wat is een ander woord voor zenden?
Andere woorden voor zenden zijn aan het stuur zitten, doorseinen, opsturen, overmaken, posten, rondstralen, sturen, toezenden, uitstralen, uitzenden, versturen en zending.

Op andere websites
Zoek zenden op Woordenlijst.org
Zoek zenden op Google
Zoek zenden op Wikipedia