zenden

werkw.
Uitspraak:  zɛndə(n)]
Vervoegingen:  zond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een brief of bericht) sturen
Voorbeeld:  `Aan de ouders van alle leerlingen is een brief gezonden.`

2) (iemand) ergens heen laten gaan
Voorbeeld:  `Er is een verslaggever naar het rampgebied gezonden.`
Synoniem:  sturen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan het stuur zitten doorseinen opsturen overmaken posten rondstralen sturen toezenden uitstralen uitzenden versturen zending

Spreekwoorden en zegswijzen
• van stuurboord naar bakboord zenden (=van het kastje naar de muur sturen)
• iemand van bakboord naar stuurboord zenden (=steeds niet geholpen worden maar wel doorverwezen worden naar anderen)
• iemand naar het peperland zenden (=iemand ver van huis sturen)
• het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. zorgen dat het ergens komt vb: hij zond mij een mooie kaart Synoniem: sturen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik zond, heb gezonden), zorgen dat iets van de eene plaats naar de andere komt, doen toekome...
  3. [Nederlands] sturen
  4. •sturen
  5. 1) Afvaardigen 2) Dirigeren 3) Doorseinen 4) Opsturen 5) Overmaken 6) Richten 7) Rondstralen 8) Sturen 9) Toekomen 10) Toesturen 11) Toezenden 12) Uitstralen 13) Uitzende...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zenden:
inzendenachternazendenterugzendentienduizendentoezendenuitzendenverzendenheruitzendenwegzendendoorzendenafzenden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zenden (sturen, naar een andere plaats doen gaan)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zenden` kennen.