het stuur

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [styr]
Verbuigingen:  sturen (meerv.)

voorwerp waarmee je de richting van een voertuig bepaalt
Voorbeelden:  `het stuur van je fiets`,
`het stuur van je auto`
aan/achter het stuur zitten  ((een auto) besturen) `Er zat geloof ik een oude dame achter het stuur.` Synoniem: chaufferen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
roer stuurrad stuurwiel

Spreekwoorden en zegswijzen
• het stuur kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. •een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (...uren), (zeew.) werktuig om een vaartuig te besturen, roer; [figuurlijk] bestuur; het - van staat, het lands bewind; over - (in v...
  3. 1) Besturing 2) Deel van een auto 3) Deel van een fiets 4) Deel van een voertuig 5) Navigatiemiddel 6) Onderdeel van een auto 7) Onderdeel van een voertuig 8) Richtinggev...
  4. Een stuur is een middel om een voertuig te navigeren over de weg. Het stuur is verbonden met de stuurinrichting. Bij een fiets is het stuur minder van belang om de rijri...
  5. onderdeel waarmee je het voertuig in een bepaalde richting laat gaan vb: hij draaide aan het stuur en parkeerde de auto achter het stuur zitten [de auto besturen] de mach...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stuur:
stuur aanstuur bijstuur instuur opstuur overstuur rondstuur tegenstuur terugstuur toestuur uitstuur wegstuurbekrachtigingstuurboordstuurboordlichtstuurboordroerstuurboordzijstuurboordzijdestuurdstuurdestuurden
Toon alle woorden die beginnen met stuur

Deze woorden eindigen op stuur:
bestuurgemeentebestuurfietsstuurlandsbestuuroverstuurracestuurquaestuurpartijbestuurstadsbestuurkerkbestuurondernemingsbestuurdijkbestuurdijksbestuurschoolbestuurpostuurziekenhuisbestuurverstuurzelfbestuur
Toon alle woorden die eindigen op stuur

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stuur (voorwerp waarmee men de richting bepaalt)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `stuur` kennen.