kieperen

werkw.
Uitspraak:  ['kipərə(n)]
Vervoegingen:  kieperde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekieperd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

neergooien
Voorbeeld:  `een lading zand op de oprit kieperen`
Synoniem:  kiepen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buitelen flikkeren gooien kelderen kiepen tuimelen vallen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Buitelen 2) Flikkeren 3) Gooien 4) Kelderen 5) Kiepen 6) Omgooien 7) Omslaan 8) Omvallen 9) Smijten 10) Tuimelen 11) Vallen
  2. vallen, smijten Jaar van herkomst: 1897 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kieperen:
wegkieperenomkieperen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kieperen (vallen, smijten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `kieperen`.