spruitkool

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  spruitkolen
Verbuigingen:  spruitkooltje

# koolsoort waarvan de gekookte okselknoppen als "
spruitjes"
gegeten worden.
Voorbeeld:  `Kool hadden ze volop gehad, witte kool en rooiekool en savoyekool en boerenkool en spruitkool.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. Latijnse naam: BRASSICA OLERACEA CAPITATA var. PHILEMON, Familie: Chou de Bruxelles
  2. Latijnse naam: BRASSICA OLERACEA CAPITATA var. PHILEMON, Familie: Chou de Bruxelles
  3. 1) Bladgewas 2) Kool 3) Koolsoort 4) Plant 5) Spruitjes 6) Verscheidenheid van kool 7) Winterse groente
  4. Spruitkool of spruitjes (Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera) werd in 1821 voor het eerst in de omgeving van Brussel geteeld en wordt in Europa al snel een...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spruitkool