het snoer

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [snur]
Verbuigingen:  snoer|en (meerv.)

1) dunne kabel waar elektrische stroom doorheen kan gaan
Voorbeeld:  `het snoer van je computer`

2) ketting als sieraad
Voorbeelden:  `parelsnoer`,
`een snoer met glazen kralen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneenschakeling draad elektriciteitsdraad keten ketting koord lijn sieraad snoertje streng

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
• de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
• aan zijn snoer rijgen (=tot volgeling maken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Draad / kabel / snoer: Zijn draad, kabel en snoer synoniemen als we het over elektriciteit hebben?

7 definities op Encyclo
  1. 1> dunne lijn, meestal tussen visgerei en een drijver/dobber. 2> uit massief materiaal bestaande lijn.
  2. gevlochten draden vb: we rijgen de kralen aan een snoer Synoniem: koord een rij aan elkaar geregen dingen vb: ze droeg een snoer parels om haar hals elektriciteitsdraad m...
  3. een normaal vertakte boom of struik die is gesnoeid tot een enkele stam
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), koord; gevlochten band; [figuurlijk] partij, belang; [iemand] aan zijn - krijgen; rij, reeks; hetgeen aan een snoer geregen i...
  5. •een lang, dun, flexibel voorwerp voor het geleiden van elektriciteit.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met snoer:
snoer aansnoer afsnoer insnoerdesnoerdensnoerensnoerloossnoerschakelaarssnoert

Deze woorden eindigen op snoer:
halssnoerverlengsnoerrichtsnoer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. snoer (koord, draad)
  2. snoer = snaar (schoondochter)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `snoer` kennen.