I de keten

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈketə(n)]
Verbuigingen:  keten|en, keten|s (meerv.)

1) ketting met zware schakels
Voorbeeld:  `een gevangene met ketenen aan de muur vastmaken`

2) reeks van elkaar opvolgende gebeurtenissen of processen
Voorbeelden:  `een keten van geweld veroorzaken`,
`De hele keten van productie tot verkoop moet transparant zijn voor de consument.`

3) groep bedrijven met dezelfde producten en dezelfde uitstraling
Voorbeelden:  `hotelketen`,
`winkelketen`


II keten

werkw.
Uitspraak:  [ˈketə(n)]
Vervoegingen:  keette (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekeet (volt.deelw.)

met veel plezier en herrie er een troep van maken
Voorbeeld:  `We hebben tijdens de geschiedenisles weer lekker zitten keten.`
Synoniem:  keet (2) schoppen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneengeschakelde ringen om iema aaneenschakeling bergschuren boei donderjagen halssieraad ketting kluister loodsen reeks rij serie snoer tracé winkelketen

11 definities op Encyclo
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Keten``] 1o. Bergketen. Zie Berg. 2o. Tirailleurketen. Zie Evolutiën, Formatiën, Vechtwijze
  • [slang] stelen;jatten
  • Def.: combinaties van technieken, die op zich elk een deelgebied van het traject behandeling- bestemming beslaan. Toelichting: Een voorbeeld is een keten van zandscheidin...
  • Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 het garen, waartusschen de inslag zal moeten gewrocht worden. Het wordt op den garenboom gewonden en even versch,...
  • 1) Aaneenschakeling 2) Aaneenschakeling van gelijksoortige voorwerpen 3) Ambtsketting 4) Ambtsteken 5) Bergschuren 6) Bevestigingsmiddel 7) Boei 8) Cyclus 9) Deel van een...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met keten:
    ketenaansprakelijkheidketendeketendenketendichtketenenketenpartnerketensketent

    Deze woorden eindigen op keten:
    ambtsketenambushmarketenbergketenbiketencricketendirectieketendirectmarketenfaketenhandshaketenhiketenhitchhiketenintaketenjoketenkickbiketenliketenmarketenmountainbiketennuketenontketenpoketen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. keten (drukte maken)
    2. keten (ketting, reeks)
    3. keten (zout raffineren)