de ketting

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈkɛtɪŋ]
Verbuigingen:  ketting|en (meerv.)

aantal ringen of schakels die aan elkaar vastzitten
Voorbeelden:  `Ze draagt een gouden ketting om haar hals.`,
`een hek met een ketting afsluiten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneengeschakelde ringen om iema aaneenschakeling boei collier halsketting halssieraad halssnoer keten kettinkje kluister snoer

Spreekwoorden en zegswijzen
• een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
• de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. plaats waar een ketting (soms ook een andere versperring) over het water ligt. Meestal een plaats waar tol geheven wordt of waar een kettingpont vaart. Zie ook havenketti...
  2. rij van dezelfde dingen aan elkaar vb: ze droeg een ketting van echte parels
  3. Draden in de lengterichting van een weefsel die worden uitgelegd op het weefgetouw voordat men begint te weven, in het bijzonder het geheel van zulke draden. Gebruik `ket...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [bijvoorbeeld] ) (-en), zie KETEN; (fig. altijd KETEN); (wev.) gedeelte der grondstof; vierkante -, surinaamsche vlaktemaat. ~JE, (B...
  5. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie MATEN EN GEWICHTEN.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ketting:
kettingaandrijvingkettingbotsingkettingbotsingenkettingbriefkettingenkettingkastkettingkastenkettingponskettingreactiekettingregelkettingrokenkettingrokerkettingschepradkettingschepraderenkettingzaagkettingzagen

Deze woorden eindigen op ketting:
fietskettinghalskettingparelkettingsneeuwkettingtransmissiekettingroerkettinghorlogeketting

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ketting (reeks schakels, band)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ketting` kennen.