prijken

werkw.
Uitspraak:  [ˈprɛikə(n)]
Vervoegingen:  prijkte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geprijkt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van iets dat je graag wilt laten zien) goed zichtbaar zijn
Voorbeeld:  `De onderscheiding prijkte op zijn revers.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
paraderen pralen pronken schitteren

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik prijkte, heb geprijkt), pralen, pronken.
  2. er duidelijk en opvallend op bevestigd zijn vb: op zijn borst prijkte de medaille voor het wandelen
  3. 1) Als iets fraais zichtbaar zijn 2) Klemmen 3) Knellen 4) Paraderen 5) Pralen 6) Prangen 7) Pronken 8) Schitteren 9) Vertonen
  4. [Nederlands] iets moois vertonen of goed laten zien
  5. pronken Jaar van herkomst: 1599 (kil )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
prijken (pronken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `prijken`.