pralen

werkw.
Verbuigingen:  praalde
Verbuigingen:  gepraald

of op een andere manier laten schitteren, prachtig vertonen


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
geuren paraderen prijken pronken schitteren

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. gelijkvloeiend (ik praalde, heb gepraald), prijken, schitteren; vertoon maken. *...LER, m. (-s), snoever, pocher, -IJ, v. (-en),...
  2. schitteren of op een andere manier, meestal op positieve wijze, bijvoorbeeld op trotse of fraaie wijze, opvallen; boven zijn omgeving uitsteken; schitteren
  3. woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) schitteren.
  4. Nederlands opscheppen, pronken, schitteren
  5. 1) Bluffen 2) Bogen 3) Geuren 4) Gloriëren 5) Ophef maken 6) Opscheppen 7) Opsnijden 8) Paraderen 9) Pochen 10) Prachen 11) Prijken 12) Pronken 13) Schetteren 14) Schitt...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op pralen:
zegepralen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pralen (pronken, luisterrijk zijn)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 85% van de Vlamingen het woord `pralen`.