de periode

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [periˈjodə]
Verbuigingen:  periode|n, periode|s (meerv.)

hoeveelheid tijd
Voorbeelden:  `In de periode na de zomervakantie zijn drie collega's met zwangerschapsverlof.`,
`vakantieperiode`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
cyclus episode era termijn tijd tijdperk tijdsbestek tijdsduur volzin

20 definities op Encyclo
  1. reeks van momenten vb: het was een drukke periode Synoniemen: tijd poos begrensde tijdruimte vb: gedurende een periode van twee maanden mag u hier wonen Synoniemen: termi...
  2. Een breed opgebouwde volzin met voor-, tussen- en nazinnen; de verbinding van meerdere kola (= meervoud van kolon). Een ritmische eenheid, bestaande uit twee of meer lede...
  3. Elk era (tijdvak) van de geologische tijdschaal is onderverdeeld in perioden, zoals bijv. de Krijtperiode.
  4. Te gebruiken voor een specifiek historisch of cultureel tijdvak. Categorie: Abstracte Begrippen > historische, theoretische en kritische begrippen.
  5. De tijdsduur bij een periodiek fenomeen tussen twee opeenvolgende herhalingen. Gelijk aan 1-frequentie.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met periode:
periodeduurperiodenperiodesperiodetijd

Deze woorden eindigen op periode:
bloeiperiodekabinetsperiodeovergangsperiodesperperiodekoopjesperioderotatieperiodesuccesperiodezoogperiodezorgperiodepaaiperiodeaanpassingsperiodeaanloopperiode

Herkomst volgens etymologiebank.nl
periode (tijdruimte, cyclus)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `periode` kennen.