beschadigen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈsxadəxə(n)]
Vervoegingen:  beschadigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beschadigd (volt.deelw.)

(een beetje) kapot maken
Voorbeelden:  `De harde discomuziek heeft haar gehoor beschadigd.`,
`onherstelbaar beschadigen`,
`zwaar beschadigen`
iemands vertrouwen beschadigen  (maken dat iemand je niet meer vertrouwt)
iemands reputatie beschadigen  (voor een minder goede reputatie zorgen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aantasten aanvreten bederven bezoedelen forceren havenen kwetsen schaden schenden stukmaken tarreren toetakelen verknoeien

6 definities op Encyclo
  • •het toebrengen van schade.
  • een beetje kapot gaan of kapot maken vb: de muur is beschadigd door die openslaande deur Synoniemen: aantasten ondermijnen schenden
  • 1) Aantasten 2) Aanvreten 3) Bederven 4) Benadelen 5) Bezoedelen 6) Forceren 7) Havenen 8) Kapotmaken 9) Kneuzen 10) Krenken 11) Kwetsen 12) Laederen 13) Misvormen 14) On...
  • aansprakelijkheidsrecht: plaats waar iets beschadigd is. Bijv. als er een barst in een glas zit, is het glas ~. ...
  • schade toebrengen Jaar van herkomst: 1445 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    beschadigen (schade toebrengen)