knappen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknɑpə(n)]
Vervoegingen:  knapte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geknapt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) kapotgaan
Voorbeeld:  `Toen ik een speld in de ballon prikte, knapte hij.`

2)
Er knapte iets in me.  (ik kreeg opeens een heel verdrietig en machteloos gevoel) `Toen ik hoorde dat ik geen vader kon worden, knapte er iets in me.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barsten knakken

3 definities op Encyclo
  1. in scherven of stukken vallen vb: door de hoge temperatuur knapte het glas Synoniemen: breken sneuvelen het geluid maken van iets waar een barst in springt vb: we zaten b...
  2. 1) Afbreken 2) Barsten 3) Breken 4) Kapotgaan 5) Knakken 6) Knapperen 7) Knetteren 8) Kraken 9) Spokken 10) Springen 11) Uiteenbarsten 12) Verbrijzelen
  3. een geluid (knap) maken, met een knap breken Jaar van herkomst: 1573 (Plantijn )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op knappen:
opknappen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knappen (een geluid knap maken, met een knap breken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `knappen`.