de schaal

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxal]
Verbuigingen:  schalen (meerv.)

1) bak van aardewerk of glas waarin eten wordt opgediend of bewaard
Voorbeelden:  `fruitschaal`,
`vuurvaste schaal`

2) maatstaf voor verhoudingen
Voorbeelden:  `schaalmodel`,
`een kaart met een schaal van 1 op 50.000`
op grote schaal  (in grote aantallen) `Er wordt op grote schaal gefraudeerd met reisverzekeringen.`

3) harde buitenkant
Voorbeelden:  `eierschaal`,
`schaaldieren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bolster dop maatstaf ovenschaal plateau proportie schaaltje schelp schil schotel waag weegschaal

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn volle gewicht in de schaal werpen. (=zich er volledig voor inzetten.)
• op grote schaal (=in het groot , zeer veel voorkomend)
• gewicht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met schaal een ander begrip versterken?
op grote schaal; op ruime schaal;

23 definities op Encyclo
  1. De verhouding tussen de afstand op een kaart en de werkelijke afstand. Er zijn verschillende manieren om de schaal aan te geven: 1. Als `VERHOUDING` bijv.. 1: 50.000 2. D...
  2. Te gebruiken voor het begrip van relatieve grootte, vooral van één element tot een ander of van één element tot het geheel; ook, een object of...
  3. aanlegsteiger en-of losplaats voor schepen. Italiaans scala [ook: schale].
  4. Let op: Spelling van 1858 scala, Lat., eene weegschaal; eene toon- of klankladder, in de muzijk; ook eene gradenschaal enz
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...alen), dop, schil; rug (eener schildpad); platte beker, - schotel (voor groenten enz.); werkt. om te wegen; (ook) bekken eener w...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schaal:
schaal inschaaldeschaaldenschaaldierschaaldierenschaaldierensoepschaalmodelschaaltschaalvergrotingschaalverkleiningschaalvrucht

Deze woorden eindigen op schaal:
fruitschaalloonschaalstoelgangschaalpersonenweegschaalspiegelschaaltemperatuurschaalsalarisschaala-kleinetertstoonschaalb-kleinetertstoonschaalf-kleinetertstoonschaalg-kleinetertstoonschaalc-kleinetertstoonschaald-kleinetertstoonschaale-kleinetertstoonschaalovenschaalFis-grotetertstoonschaalGis-grotetertstoonschaalDis-grotetertstoonschaalEïs-grotetertstoonschaalBis-grotetertstoonschaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schaal (aanloophaven)
  2. schaal (hertenhoef)
  3. schaal (peilschaal, loonschaal)
  4. schaal (schil, schotel)
  5. schaal (zaadbal)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schaal` kennen.