de bolster

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['bɔlstər]
Verbuigingen:  bolster|s (meerv.)

buitenste schil van een vrucht
Voorbeeld:  `een kastanje in zijn bolster`
ruwe bolster, blanke pit  (<dit zeg je van iemand die grof en bot lijkt, maar in werkelijkheid lief en gevoelig is>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bast dop schaal schil

Spreekwoorden en zegswijzen
• ruwe bolster blanke pit (=ziet er sterk uit, maar heeft een goed hart)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. Het omhulsel van het zaad. Het is een verharde of verdikte wand, waardoor het zaad beschermd wordt. O.a. kastanje.
  2. Bovenste deel van een hoogveenpakket dat bruin van kleur is, vrij los is en als turfstrooisel gebruikt kan worden.
  3. een klos naast de voorsteven van een schip, om de boegspriet op vast te leggen, zodat deze niet heen en weer kan slingeren.
  4. Drentse benaming voor jongveenmosveen. Zie ook: Veensoorten; Dalgrond.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), uiterste groene bast of schil van noten enz.; - van koren, kaf, peluw. ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik bolste...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bolster:
bolsterdebolsterdenbolsterenbolstersbolstert

Deze woorden eindigen op bolster:
ontbolster

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bolster (notenbast, peul; kussen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bolster`.