sijpelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsɛipələ(n)]
Vervoegingen:  sijpelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gesijpeld (volt.deelw.)

(van water) in druppels of straaltjes vallen
Voorbeeld:  `De regen sijpelde de tent binnen.`
Synoniem:  druppelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdruipen droppen druipen druppelen druppels laten vallen druppen in straaltjes afdruipen uitdruppelen zijpelen

Taaladvies
Schrijf je neersijpelen met ei of ij? Zie neersijpelen / neerseipelen

2 definities op Encyclo
  • met druppels of kleine straaltjes ergens uit of langs lopen vb: er sijpelde water langs mijn kraag naar binnen
  • onmerkbaar doorlekken Jaar van herkomst: 1653 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op sijpelen:
    doorsijpelenneersijpelen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    sijpelen (langzaam wegvloeien)