de plank

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plɑŋk]
Verbuigingen:  plank|en (meerv.)

langwerpig stuk hout dat uit een boomstam is gezaagd
Voorbeelden:  `vloerplanken`,
`snijplank`
de plank volledig misslaan  (ongelijk hebben, je vergissen)
zo stijf als een plank  (erg stijf)
de planken  (het toneel; het theater) `Ze stond al vanaf haar zeventiende op de planken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
lat plaat schap

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit)
• een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
• de plank misslaan. (=niet het goede inzicht hebben; ernaast zitten.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Waar komt van de bovenste plank vandaan? Zie Van de bovenste plank

Intensiveringen
Hoe kun je met plank een ander begrip versterken?
plankhard; stijf als een plank; van de bovenste plank; plat als een plank; strak als een plank;

7 definities op Encyclo
  • Een plank is een plat stuk gezaagd hout met bepaalde afmetingen en dient als bouwmateriaal. Planken zijn er in verschillende maten en in verschillende houtsoorten. Men k...
  • (zie skidblock) Een plaat vervaardigd uit hout, die aan de onderkant van de wagen wordt bevestigd. Het is bedoeld om een sterk zuigeffect te voorkomen, waardoor het omwil...
  • plat lang stuk hout vb: het hek is gemaakt van planken hij slaat de plank mis [hij vergist zich] ik ben zo stijf als een plank [heel erg stijf] van de bovenste plank [zee...
  • 1) Bewerkt stuk hout 2) Bord 3) Breed plat stuk hout 4) Deel 5) Deel hout 6) Deel van een kast 7) Deel van een krat 8) Gezaagd stuk hout 9) Grondregel 10) Keukengerei 11)...
  • 1> zie loopplank. 2> in de scheepsbouw vaak deel, gang of post genoemd
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met plank:
    plankenplankenkoortsplankenvreesplankgasplankierplanktonplankzeilenplankzeilerplankzeilers

    Deze woorden eindigen op plank:
    boekenplankbroodplankdamwandplankduikplankhoedenplankkaasplankleesplanklesplankloopplanksnijplankspringplankstrijkplanksurfplankzeilplankzwiepplank

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. plank (plat stuk hout)
    2. plank (voetzool)