de loopplank

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['loplɑŋk]
Verbuigingen:  loopplank|en (meerv.)

voorziening om van een schip op de wal te komen of omgekeerd
Voorbeeld:  `een aluminium loopplank met een stroef loopoppervlak`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
loopbrug

5 definities op Encyclo
  1. Ook voor een pleziervaarder kan het handig zijn een loopplank aan boord te hebben. Een echte plank is echter aan de zware kant. Van een korte aluminium ladder kan een uit...
  2. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Loopplank``] Zie Dek
  3. 1) Bruggetje 2) Deel van een schip 3) Loopbrug 4) Loopgang 5) Passerelle 6) Plank 7) Plank tussen wal en schip 8) Rechter 9) Scheepstoebehoren 10) Scheepstrap 11) Valreep...
  4. Gangway. Constructie langszij een schip om het voor de passagiers mogelijk te maken aan boord te gaan
  5. Een loopplank is een onderdeel van de uitrusting van een schip. Gewoonlijk van een binnenschip, in de koopvaardij en bij de marine gebruikt men een vergelijkbare valreep...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
loopplank

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `loopplank` kennen.