oppikken

werkw.
Uitspraak:  ['ɔpɪkə(n)]
Vervoegingen:  pikte op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgepikt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) iemand op een bepaalde plaats afhalen
Voorbeeld:  `Zal ik je om zeven uur bij je thuis oppikken?`

2) met de snavel pakken en opeten
Voorbeeld:  `De vogels hadden alle kruimeltjes opgepikt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanleren afhalen en meenemen eigen maken kennis opdoen leren meekrijgen meepikken ophalen oppakken oprapen opsnappen opsteken pikken verwerven

2 definities op Encyclo
  1. 1> opvissen: iets met de pikhaak uit het water halen. 2> tijdens het varen iets of iemand aan boord nemen of een sleepje geven.
  2. 1) Aanleren 2) Afhalen 3) Leren 4) Meekrijgen 5) Meenemen 6) Meepikken 7) Ophalen 8) Opmerken 9) Oppakken 10) Oprapen 11) Opsnappen 12) Opsteken 13) Pikken 14) Vernemen 1...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `oppikken`.