klemmen

werkw.
Uitspraak:  [ˈklɛmə(n)]
Vervoegingen:  klemde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geklemd (volt.deelw.)

1) stevig tegen iets aan drukken en zo vastzitten of -houden
Voorbeelden:  `Ze klemde haar benen om mijn middel.`,
`een kind in je armen klemmen`

2) moeilijk open- en dichtgaan
Voorbeeld:  `De voordeur klemt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blijven steken knellen omklemmen

Taaladvies
Waar komt de uitdrukking voetangels en klemmen vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie Voetangels en klemmen

6 definities op Encyclo
  • stevig vasthouden of vastzetten vb: zij klemde de beer tegen zich aan strak zitten waardoor het moeilijk te bewegen is vb: je moet flink trekken, want die deur klemt
  • Let op: Spelling van 1858 eene in Spanje gebruikelijke wijze, om de paarden te castreren; ook kloppen genoemd
  • 1) Blijven steken 2) Drukken 3) Klampen 4) Knellen 5) Knellend vastzitten 6) Knijpen 7) Omklemmen 8) Prangen 9) Schroeven 10) Stevig vastzetten 11) Stroef gaan 12) Vastho...
  • In de context van dit boek verstaan we onder klemmen alles wat je op een lichaamsdeel van iemand kunt klemmen. Meestal tepelklemmen, in allerlei soorten en maten, maar he...
  • Mechanische apparaten die gewoonlijk worden gebruikt om voorwerpen samen te klemmen of op de plaats te houden terwijl andere handelingen worden uitgevoerd. Categorie: Ger...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op klemmen:
    aardklemmenafklemmenbeklemmenfietsklemmenparkeerklemmenvastklemmenwielklemmen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    klemmen (knellend drukken, knijpen)