de heiden

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhɛidən]
Verbuigingen:  heiden|en (meerv.)

iemand die geen, of een andere godsdienst heeft
overgeleverd zijn aan de heidenen  (afhankelijk zijn van mensen in wie je geen vertrouwen hebt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barbaar ongelovige gelovige (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Schrijf je heiden met ei of ij? Zie heiden / hijden

12 definities op Encyclo
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Heiden``] Dorre en zandige vlakten met heidekruid begroeid, veelal ongeschikt voor den landbouw en dikwijls met veenen en moerassen...
  • •mensen die geen Jood of Christen zijn.
  • iemand die niet in een christelijke god gelooft vb: de vrome man maakte zijn buurman uit voor heiden
  • [Duitsland] - Heiden is een plaats in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in het Kreis Borken. De stad telt {Statistiek gemeente Duitsland inwoners|05 5 54 ...
  • [geloof] - De betekenis van het woord heiden is afhankelijk van het perspectief van degene (de gelovige) die het bezigt. Een aanhanger van een bepaald geloof kan een aan...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met heiden:
    heidendomheidenenheidens

    Deze woorden eindigen op heiden:
    afgescheidenafscheidenarchiefbescheidenbescheidengescheideninheidenonbescheidenonderscheidenscheidenuitscheidenverscheiden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    heiden (niet-aanhanger van het christelijk geloof)