de heiden

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhɛidən]
Verbuigingen:  heiden|en (meerv.)

iemand die geen, of een andere godsdienst heeft
overgeleverd zijn aan de heidenen  (afhankelijk zijn van mensen in wie je geen vertrouwen hebt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barbaar ongelovige gelovige (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. iemand die niet in een christelijke god gelooft vb: de vrome man maakte zijn buurman uit voor heiden
  2. Het Germaanse woord heiden is afgeleid van ‘heide’ en betekent oorspronkelijk ‘heidebewoner’ oftewel ‘barbaar’. De heidebewoners en andere bewoners van het p...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), afgodendienaar; den -en prediken; het Evangelie onder de heidensche volken verkondigen; [figuurlijk] aan booswichten de deugd...
  4. hij die niet in de ware God gelooft; afvallig christen; ongodsdienstig mens in het algemeen
  5. Niet-christen: iemand die volgens middeleeuwse opvattingen niet in de 'ware God' gelooft en niet gedoopt is.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met heiden:
heidendomheidenenheidens

Deze woorden eindigen op heiden:
afgescheidenafscheidenbescheidengescheidenonbescheidenonderscheidenscheidenuitscheidenverscheidenarchiefbescheiden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heiden (niet-aanhanger van het christelijk geloof)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `heiden`.