de pruik

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [prœyk]
Verbuigingen:  pruik|en (meerv.)

haardos die je als een hoofddeksel opzet
Voorbeeld:  `toneelpruik`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haardos haarstukje

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn pruik staat scheef. (=hij is gehumeurd)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  • dun kapje met haar vb: de kale man draagt een pruik de bokkenpruik op hebben [boos of chagrijnig zijn] zijn pruik staat scheef [hij is uit zijn humeur]
  • Haarwerk dat over het hele hoofd geplaatst wordt bij kaalheid of als iemand tijdelijk een ander kapsel wil.
  • Een pruik is een kunstmatig kapsel, dat op het hoofd gedragen de suggestie geeft een werkelijk kapsel te zijn. Een pruik die een gedeelte van het hoofd bedekt wordt toup...
  • vals haar Jaar van herkomst: 1560 (WNT )
  • 1) Feestartikel 2) Grisaille 3) Haar 4) Haardos 5) Haardracht 6) Haargroei 7) Haarstuk 8) Haarstukje 9) Haarwerk van vals haar 10) Haren 11) Hoofdbedekking 12) Hoofddekse...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met pruik:
    pruiken

    Deze woorden eindigen op pruik:
    bokkenpruik

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    pruik (valse haardos)