I de Heer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [her]

<aanspreekvorm voor God of Jezus>
Voorbeeld:  `Heer vergeef ons onze zonden.`
Synoniem:  Here


II de heer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [her]
Verbuigingen:  heren (meerv.)

1) man
Voorbeelden:  `Goedemiddag dames en heren.`,
`Mag ik u voorstellen aan de heer en mevrouw Smit?`,
`herentoilet`
Antoniem:  dame

2) keurige en beschaafde man
Voorbeeld:  `op bezoek bij je schoonouders je als een heer gedragen`

3) heerser in of eigenaar van een streek
Voorbeelden:  `de heren van Valkenburg`,
`De van Bongards waren vijf eeuwen lang heer van Wijnandsrade.`
je heer en meester voelen  (vinden dat je de baas bent)
ergens heer en meester zijn  (ergens de baas zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
Almachtige bezitter gebieder gentleman God heerser Here machthebber meneer opperwezen Schepper soeverein dame (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbeeld van de bazen)
• onze lieve heer is aan het kegelen (=het onweert)
• onze Lieve Heer heeft rare/vreemde kostgangers. (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen.)
• hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
• het heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
Toon alle 6 spreekwoorden die heer bevatten

Taaladvies
  1. Dr. X en mevrouw dr. X / de heer dr. X en mevrouw dr. X: Kan voor (de afkorting van) sekse-neutrale academische titels de heer of mevrouw geschreven worden om het geslacht van de genoemde personen duidelijk te maken?
  2. Tijdens zijn vakantie in België nam de Heer tot zich: (...) Betekent de zin Tijdens zijn vakantie in België nam de Heer tot zich (...) letterlijk dat 'de Heer' in België met vakantie was en niet de overledene? En moet de zin daarom ontraden worden?


Intensiveringen
Hoe kun je met heer een ander begrip versterken?
je gedragen als een heer;

16 definities op Encyclo
  1. Duitse landmacht, naast de Luftwaffe en de Kriegsmarine onderdeel van de Duitse Wehrmacht. artikel
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), God, de Eeuwige; God de Heere; onze lieve -, God; de groote -, de sultan van Turkije; (in het kaartspel.) koning, harten -; m...
  3. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 zoo noemen de boeren een hophandelaar.
  4. mannelijke volwassen persoon vb: geachte dames en heren een mis met drie heren [opgedragen door drie priesters]
  5. •christelijke aanduiding voor God.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met heer:
heerbaanheerbanenHeereheerlijkheerlijkhedenheerlijkheidheerloosheermoesheersheerschaarheerschapheerschappenheerschappijheerschappijenheerschareheersenheerserheersersheerstheerste
Toon alle woorden die beginnen met heer

Deze woorden eindigen op heer:
abstraheeraccrocheerafficheerattacheerbeheerblancheerbrocheercacheercontraheercoucheerdetacheerextraheergastheergekscheergeneesheerguillocheerjongeheerkrijgsheerleenheermarcheer
Toon alle woorden die eindigen op heer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. heer (leger)
  2. heer (mannelijk persoon)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `heer` kennen.