de leenheer

zelfst.naamw. (m.)
Afbreekpatroon:  'leen - heer
Verbuigingen:  leenheren (meerv.)

vorst of hooggeplaatst man die een gebied in beheer gaf aan een leenman (middeleeuwen) geschiedenis
Voorbeeld:  `Tijdens het Feodalisme in de middeleeuwen schonk de leenheer aan vazallen of leenmannen een bezit als leen, in ruil voor geld, raad of daad.`
Synoniem:  suzerein


6 definities op Encyclo
  1. hij die aan een lagere een (leen) in bezit (te leen) geeft, zoals beschreven in een leenverhouding
  2. hij die een leengoed in leen geeft of heeft uitgegeven aan zijn leenman.
  3. iemand die een leen geeft
  4. in het middeleeuwse, feodale leenstelsel: heer die een leen zoals een grondgebied, in gebruik geeft aan een leenman van wie hij in ruil zekere prestaties en militaire bij...
  5. 1) Bankier 2) Feodaal vorst 3) Hij die een goed in leen geeft 4) Iemand die een goed te leen geeft 5) Leengever 6) Leenvorst 7) Pachtgever 8) Verpachter van land
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `leenheer`.