de geneesheer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xə'nesher]
Verbuigingen:  genees|heren (meerv.)

beroep van iemand die zieken geneest formeel
Voorbeeld:  `de behandelend geneesheer om informatie over je ziekte vragen`
Synoniemen:  arts, dokter
geneesheer-directeur  (directeur van een ziekenhuis die zelf arts is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
arts behandelaar dokter medicus

Taaladvies
  1. Wat is het verschil tussen de controlerend geneesheer en de controlerende geneesheer? Zie de controlerend geneesheer / de controlerende geneesheer
  2. Wat is het verschil tussen de medisch specialist en de medische specialist? Zie de medisch specialist / de medische specialist


5 definities op Encyclo
  • wie een officiële bevoegdheid heeft om zieken te behandelen vb: hij heeft een functie als geneesheer in het ziekenhuis Synoniemen: arts dokter medicus
  • • [beroep] [medisch] arts; dokter.
  • 'Zij, die uitwendige kwalen bij den mensch, b.v. gebrokene ledematen, wonden, breuken, enz. herstellen, noemt men chirurgijns of heelmeesters, en die de kwalen van de inw...
  • iemand die op grond van een academische graad bevoegd is de geneeskunde te beoefenen, na de diplomering als basisarts nog onder supervisie van een begeleidend arts en na ...
  • 1) Arts 2) Beroep 3) Chirurgijn 4) Dokter 5) Geneeskundigde 6) Geneesmeester 7) Medicijnmeester 8) Medicus 9) Medisch beroep 10) Zenuwarts
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    geneesheer (arts, dokter)

    Hoe bekend is het woord?
    Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `geneesheer`.