Ia de gastheer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  xɑsther]
Verbuigingen:  -heren (meerv.)

Ib de gastvrouw

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['xas(t)frɑu]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

iemand die gasten ontvangt

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
presentator

13 definities op Encyclo
  1. man die gasten ontvangt vb: de gastheer bracht een toost uit
  2. In geval van genetische modificatie wordt het organisme waarin genetisch materiaal van een donororganisme wordt ingebracht de gastheer genoemd.
  3. Organisme waarop een parasiet of een commensaal leeft.
  4. Zie waardplant.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), die vrienden aan zijnen disch onthaalt. *...HOUDER, m. (-s), herbergier. *...HOUDSTER, v. (-s), herbergierster.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gastheer

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gastheer` kennen.