I gispen

werkw.
Afbreekpatroon:  ` gis - pen
Vervoegingen:  gispte (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gegispt (volt.deelw.)

1) afkeuren, fel uithalen naar iemand

2) letterlijk: straffen door met een gisp te slaan


II de gisping

zelfst.naamw. (v.)
Afbreekpatroon:  ` gis - ping
Verbuigingen:  gispingen (meerv.)

afstraffing, uithaal, terechtwijzing


Synoniemen
aanrekenen aanwrijven afkeuren bedillen berispen beschuldigen blameren hekelen laken nadragen verwijten voor de voeten gooien voorhouden

6 definities op Encyclo
  1. • [ov] [archaïsch] iemand met een gisp, een dunne roede of smalle riem slaan. • [inerg] "overdrachtelijk" iemand scherp bekritiseren, fel uithalen naar iemand • tw...
  2. 1) Aanrekenen 2) Aanwrijven 3) Afdingen 4) Afkeuren 5) Bedillen 6) Berispen 7) Beschuldigen 8) Blameren 9) Censureren 10) Hekelen 11) Laken 12) Nadragen 13) Roskammen (fi...
  3. Meubelfabriek van plaatstalen kantoormeubilair, bij het grote publiek vooral bekend van zijn stalen buismeubelen, die haar naam dankt aan de inbreng van ontwerper-direct...
  4. laken, hekelen, berispen.
  5. Gispen is een fabrikant van designmeubilair opgericht in 1916 door industrieel ontwerper Willem Hendrik Gispen (1890-1981). In 1934 verhuisde het bedrijf van Rotterdam n...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gispen (laken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 62% van de Nederlanders en 36% van de Vlamingen het woord `gispen`.