Ia de boer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bur]
Verbuigingen:  boer|en (meerv.)

Ib de boer|in

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [burˈ|ɪn]
Verbuigingen:  boerin|nen (meerv.)

iemand die als beroep een bedrijf met dieren of land heeft
Voorbeeld:  `een boer met honderd koeien`
lachen als een boer die kiespijn heeft  (een beetje lachen terwijl je dat eigenlijk niet wilt)
stomme boer  (<scheldwoord voor iemand die lomp is of iets stoms doet>)


II de boer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bur]
Verbuigingen:  boer|en (meerv.)

borrelend geluid uit je keel
Voorbeeld:  `boeren laten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
agrariër botterik handelaar landbouwer landman onbeschofte man oprisping plattelander ploeger

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
• zo vraagt men de boeren de kunst af (=zo verneem je hoe het moet)
• wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent.)
• wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
• op den boer (=op den buiten)
Toon alle 19 spreekwoorden die boer bevatten

14 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), ~IN, v. (-nen), landman, -vrouw, veldbewoner, -bewoonster, die zijn bedrijf van den landbouw en de veeteelt maakt, ekonoom; ...
  2. iemand die van beroep op het land werkt of vee fokt vb: deze boer heeft 20 koeien de boer op gaan [naar buiten gaan om te verkopen of te bedelen] wat de boer niet kent, d...
  3. •landbouwer, agrariër. • [scheldwoord] persoon zonder of met weinig beschaving. •speelkaart waarvan de waarde meestal tussen die van de 10 en de vrouw ligt. •gel...
  4. Eigenlijk is iedereen, die zich op een eigen of gepacht bedrijf momenteel bezighoudt met landbouw- of veeteelt, boer. Hoewel het aantal boeren ieder jaar kleiner wordt, z...
  5. een algemene aanduiding voor iemand die in zijn levensonderhoud (en dat van zijn gezin) voorziet door het houden van vee en-of het bebouwen van land
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boer:
boerdenboerderijboerderijenboerenboerenbedrijfboerenbedrogboerenbuitenboerengolfboerengolfenboerengolftboerengolfteboerengolftenboerenheikneuterboerenkaffersboerenkarboerenkarhengstboerenkielboerenkinkelboerenkinkelsboerenkolen
Toon alle woorden die beginnen met boer

Deze woorden eindigen op boer:
herenboerkeuterboermelkboerwijnboerParamariboërtsiboersjeliach tsiboerganzenboerpluimveeboerkippenboerlorrenboervoddenboerkolenboerkaasboerhobbyboertamboerzetboergroenteboervonkenboerzandboer
Toon alle woorden die eindigen op boer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. boer (landbouwer)
  2. boer (oprisping)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `boer` kennen.