beschuldigen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈsxʏldəxə(n)]
Vervoegingen:  beschuldigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beschuldigd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zeggen dat iemand iets (slechts) heeft gedaan
Voorbeelden:  `iemand beschuldigen van diefstal`,
`iemand valselijk/vals beschuldigen`,
`onterecht beschuldigd worden`
Synoniemen:  betichten, aanklagen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanklagen aanrekenen aanwrijven berispen betichten blameren gispen iemand iets aanrekenen iemand iets verwijten incrimineren laken nadragen verdacht maken verdenken verwijten voorhouden

Taaladvies
Betichte / beklaagde / beschuldigde: Is het woord betichte correct?

6 definities op Encyclo
  1. • [ov] iemand de schuld geven van iets.
  2. ten laste leggen Jaar van herkomst: 1256-1299 (MNW )
  3. met schulden bezwaren
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik beschuldigde, heb beschuldigd), aanklagen; - van. ~D, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord...
  5. zeggen dat hij het gedaan heeft vb: hij beschuldigt zijn vriend van diefstal Synoniem: aanklagen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
beschuldigen (ten laste leggen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `beschuldigen` kennen.