gepast

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xəˈpɑst]

1) zoals het hoort
Voorbeeld:  `Met je vingers eten is in een restaurant niet gepast.`
Antoniem:  ongepast
Synoniem:  correct

2) (van geld) als je met contant geld precies het gevraagde bedrag betaalt
Voorbeeld:  `in de supermarkt met gepast geld betalen`

Zie ook:  passen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
adequaat afgepast bekwaam betamelijk Correct geëigend geschikt juist keurig kies netjes overeenkomstig passend Passend (e)

3 definities op Encyclo
  1. met goede manieren, zoals het hoort vb: het is niet gepast om in gezelschap te boeren gepast geld [precies zoveel geld als nodig is]
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), betamelijk, voegzaam, behoorlijk, geschikt; eene -e toespraak; een - woordje; -e redenen; dit is j...
  3. 1) Adequaat 2) Adrem 3) Afgepast 4) Behoorlijk 5) Bekwaam 6) Berekend naar het doel 7) Betamelijk 8) Correct 9) Decent 10) Eerlijk 11) Fatsoenlijk 12) Fatsoenshalve 13) G...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gepast:
gepastheid

Deze woorden eindigen op gepast:
bijgepastingepastonaangepastongepastopgepasttoegepastaangepast

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gepast (geschikt; behoorlijk; met de juiste waarde)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gepast` kennen.