I juist

bijv.naamw.
Uitspraak:  [jœyst]

als iets is zoals het moet zijn
Voorbeelden:  `een juist antwoord op een vraag geven`,
`Het is een juist besluit geweest om hem van school te sturen.`
Synoniemen:  goed, correct


II juist

bijwoord
Uitspraak:  [jœyst]

1) <als woord dat een ander woord versterkt>
Voorbeelden:  `Juist nu is het weer om te gaan zeilen.`,
`Neem toch vrij, juist omdat je zo moe bent.`,
`Ze zijn zeer integer. Juist daarin onderscheiden ze zich van veel anderen.`
Synoniem:  precies

2) <als woord om een tegenstelling uit te drukken>
Voorbeelden:  `Hij gaat nu met verkeerde vrienden om, terwijl hij vroeger juist zo braaf was.`,
`Waarom ben je zo negatief over je prestaties, het gaat juist heel goed.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanstonds accuraat adequaat billijk correct daarnet daarstraks dadelijk exact gepast geschikt goed Juiste kloppend krek met name meteen minutieus nauwgezet nauwkeurig net onberispelijk overeenkomstig pas passend precies prompt punctueel rechtvaardig scherp schielijk secuur straks uitgerekend vlak waar zo-even zoëven zojuist zonet onjuist (antoniem)

11 definities op Encyclo
  1. Juist ligt tussen Borkum en Norderney. Met zijn 17 km is dit het langste eiland van de Oostfriese waddeneilanden. Het is maar een paar honderd meter breed. Tegenwoordig...
  2. Juist Juist ligt tussen Borkum en Norderney. Met zijn 17 kilometer is dit het langste van de waddeneilanden in het Duitse Oostfriesland. Het is maar een paar honderd mete...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), naauwkeurig, precies; even, net, van pas. ~HEID, v. [geen meervoud]
  4. Synoniem: valide, valid (Eng) Valide waarnemingen geven (gemiddeld) uitkomsten die overeenkomen met de werkelijke waarde van de waargenomen eigenschap. Valide waarneming...
  5. zoals het moet vb: dit antwoord is juist iets tot de juiste proporties terugbrengen [de juiste betekenis geven van iets wat overdreven is voorgesteld]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met juist:
juistheid

Deze woorden eindigen op juist:
daarjuistonjuistzojuist

Herkomst volgens etymologiebank.nl
juist (correct, waar ; precies; precies op dat moment; eigenlijk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `juist` kennen.