dadelijk

bijwoord
Uitspraak:  [ˈdadələk]

1) onmiddellijk, meteen
Voorbeeld:  `Je moet dit dadelijk doen.`

2) na korte tijd
Voorbeeld:  `Dadelijk ga ik weer aan het werk.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanstonds daarnet daarstraks direct gelijk juist meteen net onmiddellijk pas schielijk strakjes subiet terstond zo zo meteen

Taaladvies
  1. Waar komt op stel en sprong vandaan? Zie Op stel en sprong
  2. Wat is juist: zometeen of zo meteen? Zie Zometeen / zo meteen


3 definities op Encyclo
  • zonder te wachten vb: wil je dadelijk komen! Synoniemen: direct [2] gelijk [3] meteen onmiddellijk [2] ogenblikkelijk acuut [2] Tegenstellingen: straks zo aanstonds over ...
  • bijwoord van tijd: aanstonds Jaar van herkomst: 1626 (WNT )
  • •spoedig. •als je niet oppast, als je zo doorgaat.
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    dadelijk (aanstonds, meteen)