dadelijk

bijwoord
Uitspraak:  [ˈdadələk]

1) onmiddellijk, meteen
Voorbeeld:  `Je moet dit dadelijk doen.`

2) na korte tijd
Voorbeeld:  `Dadelijk ga ik weer aan het werk.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanstonds daarnet daarstraks direct gelijk juist meteen net onmiddellijk pas schielijk strakjes subiet terstond zo zo meteen

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] rechtstreeksch, werkelijk; onmiddellijk; rechtstreeks; ik zal u - antwoorden; dit huis is - te a...
  2. zonder te wachten vb: wil je dadelijk komen! Synoniemen: direct [2] gelijk [3] meteen onmiddellijk [2] ogenblikkelijk acuut [2] Tegenstellingen: straks zo aanstonds over ...
  3. •spoedig. •als je niet oppast, als je zo doorgaat.
  4. 1) À la minute 2) Aanstonds 3) Bijwoord 4) Daarnet 5) Daarstraks 6) Direct 7) Eensklaps 8) Even gauw 9) Fluks 10) Gelijk 11) Geredelijk 12) Juist 13) Met spoed 14) Metee...
  5. bijwoord van tijd: aanstonds Jaar van herkomst: 1626 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dadelijk (aanstonds, meteen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `dadelijk`.