onmiddellijk

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔnˈmɪdələk]

1) zonder te wachten
Voorbeelden:  `Het brandalarm ging en we moesten onmiddellijk naar buiten.`,
`In het woord 'onmiddellijk' worden de meeste spelfouten gemaakt.`
Synoniemen:  direct, seffens, meteen,

2)
in de onmiddellijke nabijheid  (vlakbij)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
acuut dadelijk direct dringend gelijk meteen nu pal primair rechtstreeks terstond

5 definities op Encyclo
  1. waar niets tussen zit vb: hij woont in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld Synoniem: direct
  2. zonder te wachten vb: je moet onmiddellijk komen Synoniemen: dadelijk direct [2] gelijk [3] meteen ogenblikkelijk acuut [2] Tegenstellingen: dadelijk straks zo aanstonds
  3. [Nederlands] Direct,meteen
  4. •zonder uitstel •zonder omwegen
  5. 1) À la minute 2) Aanstonds 3) Acuut 4) Als de bliksem 5) Dadelijk 6) Direct 7) Dringend 8) Gelijk 9) Immediaat 10) Juist 11) Meteen 12) Nu 13) Ogenblikkelijk 14) Omgaan...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met onmiddellijk:
onmiddellijkheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
onmiddellijk

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `onmiddellijk`.