onmiddellijk

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔnˈmɪdələk]

1) zonder te wachten
Voorbeelden:  `Het brandalarm ging en we moesten onmiddellijk naar buiten.`,
`In het woord 'onmiddellijk' worden de meeste spelfouten gemaakt.`
Synoniemen:  direct, seffens, meteen,

2)
in de onmiddellijke nabijheid  (vlakbij)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
acuut dadelijk direct dringend gelijk meteen nu pal primair rechtstreeks terstond

Taaladvies
  1. Wat is correct: onmiddellijk of onmiddelijk? Zie onmiddellijk / onmiddelijk
  2. Wat is juist: onmiddellijk of onmiddellijk? Zie Onmiddelijk / onmiddellijk
  3. Waar komt op stel en sprong vandaan? Zie Op stel en sprong


3 definities op Encyclo
  • waar niets tussen zit vb: hij woont in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld Synoniem: direct
  • •zonder uitstel •zonder omwegen
  • zonder te wachten vb: je moet onmiddellijk komen Synoniemen: dadelijk direct [2] gelijk [3] meteen ogenblikkelijk acuut [2] Tegenstellingen: dadelijk straks zo aanstonds
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met onmiddellijk:
    onmiddellijkheid

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    onmiddellijk