checken

werkw.
Uitspraak:  [ˈtʃɛkə(n)]
Vervoegingen:  checkte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gecheckt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bekijken of alles is zoals het moet zijn
Voorbeelden:  `checken of je alles bij je hebt`,
`checken of iets waar is`
Synoniem:  controleren
mail checken  (op een computer kijken of je mail hebt gekregen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
collationeren controleren nagaan nakijken natrekken onderzoeken vergelijken verifiëren

8 definities op Encyclo
  1. • [ov] controleren, nakijken.
  2. Controleren, verifiëren.
  3. kijken of het klopt vb: hij checkte de rekening voor hij betaalde Synoniemen: controleren nakijken nagaan inspecteren verifiëren
  4. 1) Collationeren 2) Controleren 3) Nachecken 4) Nagaan 5) Narekenen 6) Natrekken 7) Vergelijken 8) Verifiëren
  5. [slang] bekijken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met checken:
checken uit

Deze woorden eindigen op checken:
afcheckenbodycheckenbomcheckendoublecheckendubbelcheckenfactcheckenincheckennacheckensoundcheckenuitchecken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
checken (verifiëren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `checken`.