factchecken

werkw.
Afbreekpatroon:  'fact - chec - ken
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  factcheckte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefactcheckt (volt.deelw.)

controleren van herkomst en feiten voordat iets wordt gepubliceerd journalistiek
Voorbeeld:  `journalisten kunnen maar beter hun online bronnen factchecken`