inchecken

werkw.
Uitspraak:  ['ɪntʃɛkə(n)]
Vervoegingen:  checkte in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingecheckt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

je melden aan de balie van een hotel of vliegmaatschappij voor een kamer of vlucht die je hebt gereserveerd
Voorbeelden:  `uiterlijk twee uur voor vertrek inchecken op het vliegveld`,
`We hebben meteen ingecheckt aan de receptie van het hotel.`
Antoniem:  uitchecken

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. Zodra de gast bij het hotel is aangekomen moet hij inchecken. Inchecken is vergelijkbaar met het aanmelden en aankondigingen dat hij is gearriveerd.
  2. • [ov] zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip.
  3. Zich melden aan een balie om voor het vertrek per vliegtuig of schip het ticket te tonen en de instapkaart in ontvangst te nemen en eventueel de bagage af te geven. Ook z...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
inchecken (zich melden voor een reis of overnachting)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inchecken`.