dubbelchecken

werkw.
Afbreekpatroon:  'dub - bel - chec - ken
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  dubbelcheckte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gedubbelcheckt (volt.deelw.)

nogmaals (laten) controleren
Voorbeeld:  `de boekhouding van het van fraude verdachte bedrijf werd gedubbelcheckt`
Synoniem:  tegencontrole houden