uitchecken
werkw.
| Afbreekpatroon: | 'uit - chec - ken |
| Herkomst: | «Engels |
| Vervoegingen: | checkte uit (verl.tijd ) |
| Vervoegingen: | uitgecheckt (volt.deelw.) |
zich afmelden, zich uitschrijven (bij de balie van een hotel bijv.) | Voorbeeld: | `na een prettige vakantie checkten ze uit bij de balie van het appartementencomplex` | |
3 definities op Encyclo
- 1) Een hotel verlaten
- Als in we moeten Jimmy Woo toch echt eens uitchecken
- Zich melden aan de balie van een logiesaccommodatie om bijv. de sleutel af te geven of de rekening te voldoen, alvorens te vertrekken. Zie ook check out
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van uitchecken?
De verleden tijd van uitchecken is 'checkte uit'. Het voltooid deelwoord is 'uitgecheckt'.
Wat betekent uitchecken?
'zich afmelden, zich uitschrijven (bij de balie van een hotel bijv.)'
Hoe spel je uitchecken?
uitchecken spel je U I T C H E C K E N Op andere websites
Zoek uitchecken in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek uitchecken op
Google
Zoek uitchecken op
Woordenlijst.org
Zoek uitchecken in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek uitchecken op
Wikipedia