de bon

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔn]
Verbuigingen:  bon|nen (meerv.)

1) papiertje waarop staat hoeveel je moet betalen
Voorbeelden:  `om de bon vragen`,
`bonnetjes bewaren voor de boekhouding`
Synoniem:  nota

2) papiertje waarop staat hoeveel boete je moet betalen
Voorbeeld:  `een bon voor te hard rijden`
Synoniem:  bekeuring
op de bon slingeren  (een bekeuring geven) `De politie slingerde de foutparkeerders op de bon.`

3) papiertje waarmee je iets kunt kopen
Voorbeelden:  `cadeaubon`,
`consumptiebon`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bekeuring boete cadeaubon coupon kassabon reçu stortingsbewijs voedselbon

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor spek en bonen (=zonder enige betekenis)
• op de bon slingeren (=bekeuren)
• op de bon gaan (=bekeurd worden)
• in de bonen zijn (=verward zijn)
• iemand op de bon zetten (=iemand een proces-verbaal geven)
Toon alle 9 spreekwoorden die bon bevatten

14 definities op Encyclo
  1. buurt, wijk
  2. Let op: Spelling van 1858 Fr., goed, wel; ook een schriftelijk bewijs, dat iets goed en geldend is; aanwijzing op iets. Bonne, onderwijzeres en opvoedster van kinderen
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. ~NETJE, o. (-s), schriftelijk bewijs waarop iets ontvangen kan worden; aanwijzing. ~NE, v. (-s), kindermeisje.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: Bun v. (-nen), vischkaar.
  5. Bon is een Franse meisjesnaam. Het betekent `goed`.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bon:
bon tonbonafideBonairiaanBonairiaansBonairiaanseBonairianenbonapartismebonbonbonbondoosbonbondozenbonbonsbondbondagebondenbondgenootbondgenootschapbondgenootschappenbondgenotenbondigbondigheid
Toon alle woorden die beginnen met bon

Deze woorden eindigen op bon:
boekenbonbonboncadeaubonconsumptiebonkasbonkassabongibbonkebonplatenboncd-bonbloemenbonbelevenisbontegoedbonpakbonbioscoopbonwaardebonparkeerbondistributieboncarbon
Toon alle woorden die eindigen op bon

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bon (bewijsje)
  2. bon (wijk)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `bon`.