de bonbon

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔmˈbɔn]
Verbuigingen:  bonbon|s (meerv.)

luxe chocolaatje met vulling
Voorbeeld:  `kersenbonbons`
Synoniem:  praline

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
chocolaatje

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., suikergoed. Bonbonniaire, een suikergoeddoosje; ook eene vrouwenmuts
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s), suikergoed, suikerboontjes. ~NIÈRE, v. (-s), doosje voor suikergoed; soort vrouwenmuts, ook bonheur genoemd.
  3. chocolade omhulsel met zoete vulling vb: in België moet je bonbons kopen
  4. •een lekkernij bestaande uit een omhulsel van chocolade en een vulling van room, likeur, crème of iets dergelijks.
  5. 1) Chocola met vulling 2) Chocolaatje 3) Genotmiddel 4) Gevuld chocolaatje 5) Lekkernij 6) Praline 7) Rumboon 8) Snoep 9) Snoeperij 10) Snoepgoed 11) Snoepje 12) Zoete le...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bonbon:
bonbondoosbonbondozenbonbons

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bonbon (chocoladesnoepje)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `bonbon`.