de parkeerbon
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [pɑr'kerbɔn] |
| Afbreekpatroon: | par·keer·bon |
| Verbuigingen: | parkeerbonnen (meerv.) |
bewijsje dat je een parkeerboete moet betalen | Voorbeeld: | `Ik was er al bang voor: een parkeerbon onder de ruitenwisser.` | |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
Waar komt de uitdrukking
op de bon geslingerd worden vandaan?
Zie Op de bon geslingerd wordenVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de parkeerbon' of 'het parkeerbon'?
Het is 'de parkeerbon', want parkeerbon is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die parkeerbon'.
Wat is het meervoud van parkeerbon?
Het meervoud van parkeerbon is 'parkeerbonnen'. Eén parkeerbon, twee parkeerbonnen.
Wat betekent parkeerbon?
'bewijsje dat je een parkeerboete moet betalen'
Hoe spel je parkeerbon?
parkeerbon spel je P A R K E E R B O N Op andere websites
Zoek parkeerbon in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek parkeerbon op
Google
Zoek parkeerbon op
Woordenlijst.org
Zoek parkeerbon in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek parkeerbon op
Wikipedia