de bond

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔnt]
Verbuigingen:  bond|en (meerv.)

groep mensen met hetzelfde doel
Voorbeelden:  `vakbond`,
`turnbond`
een bond sluiten  (een groep vormen (om samen een doel te bereiken)) `Om deze regering te kunnen stoppen, moeten we een bond sluiten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
akkoord alliantie ambachtsgilde band beweging binding bondgenootschap broederschap club federatie genootschap gilde liga orde organisatie pact sociëteit societiet soos statenbond unie vakgenootschap verband verbond verdrag vereniging

14 definities op Encyclo
  1. vereniging van mensen met hetzelfde doel vb: de bond van fietsers wil betere fietspaden naar de bond stappen [een beroep op de vakbond doen]
  2. Engelse term die wordt gebruikt voor een obligatie.
  3. Engelstalige term voor obligatie
  4. Engels voor obligatie.
  5. Ga naar: obligatie.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bond:
bondagebondenbondgenootbondgenootschapbondgenootschappenbondgenotenbondigbondigheidbondscoachbondscoachesbondskanselierbondspresidentbondsrepubliekbondsstaatbondsstaten

Deze woorden eindigen op bond:
ontbondvoetbalbondhockeybondbasketbalbondvagebondstudentenvakbondschaatsbondboerinnenbondmarktbondvakbondverbond

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bond (verbond, verdrag, vereniging)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `bond`.