de bast

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɑst]
Verbuigingen:  bast|en (meerv.)

1) buitenste laag van een boomstam of -tak
Voorbeeld:  `witte berkenbast`
Synoniem:  schors

2) bovenste deel van je lichaam (zonder je hoofd)
Voorbeeld:  `met je blote bast in de zon`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bolster buik huid schors

12 definities op Encyclo
  1. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat vb: ik voelde de zon op mijn bast Synoniemen: flikker lichaam lijf mieter body Tegenstellingen: geest ziel ps...
  2. •buitenste laag van een boom, meestal het geheel van schors en aangroeilaag. •fluweelachtige huid rond een nieuw gewei. •"(volkstaal)" lichaam: "gisteren nog in blo...
  3. (Floëemlaag) Het zachte, vaak vezelige bastweefsel of de floëemlaag met zeefvaten en begeleidende cellen tussen de schors en de rest van de stam.
  4. Weefsel, dat in de plant voor het transport van organische stoffen zorgt. Bestaat o.a. uit bastvaten en bastvezels.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. schors; buik, pens; op zijn - geven, afrossen; den - vullen, veel eten en drinken; ? strop.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bast:
bastaardbastaardenbastaardhondbastaardklaverbastaardsbastaardsuikerbastaardwoordbastebastenBastenaaksBastenaakseBastenakenaarbasterdbasterdklaverbasterdsuikerbasterdwederik

Deze woorden eindigen op bast:
gebastboombastalbast

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bast (binnenste boomschors)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `bast`.