bokken

werkw.
Uitspraak:  [ˈbɔkə(n)]
Vervoegingen:  bokte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebokt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

stug/nors zijn omdat je boos bent

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
pruilen steigeren

Spreekwoorden en zegswijzen
• oude bokken hebben stijve horens. (=oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen)
• de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
• de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1914 Zie BENEDENL. INDIANEN.
  2. • [inerg] mokken omdat men zich verongelijkt voelt. • [inerg] (van paarden) de achterhand in de lucht gooien. •(gewestelijk) zich vooroverbuigen, bukken.
  3. [slang] voor schut zetten
  4. 1) Drenzen 2) Nors zijn 3) Nors zijn omdat men zich verongelijkt voelt 4) Pruilen 5) Springen 6) Steigeren
  5. [Nederlands] gymnastiektoestellen om overheen te springen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bokken:
bokkenorchisbokkenpootbokkenpootjebokkenpruik

Deze woorden eindigen op bokken:
gaffelbokkengeitenbokkengemsbokkenspringbokkensteenbokkenzaagbokkenzondebokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bokken
  2. bokken


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bokken`.