de bokkenpruik
zelfst.naamw. (m./v.)
| de bokkenpruik op hebben | (een slecht humeur hebben) `Het onvriendelijke kassameisje in de supermarkt had weer eens de bokkenpruik op.` |
Spreekwoorden en zegswijzen
• de
bokkenpruik op hebben
(=slecht gehumeurd zijn)Naar de spreekwoorden3 definities op Encyclo
- •"(figuurlijk, de ~ ophebben)" slecht gehumeurd zijn.
- chagrijnig, met een slecht humeur vb: Jimmy heeft weer de bokkenpruik op
- 1) Symbool van een slecht humeur
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
bokkenpruik in de uitdrukking de bokkenpruik ophebbenVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bokkenpruik' of 'het bokkenpruik'?
Het is 'de bokkenpruik', want bokkenpruik is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die bokkenpruik'.
Hoe spel je bokkenpruik?
bokkenpruik spel je B O K K E N P R U I K Op andere websites
Zoek bokkenpruik in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bokkenpruik op
Google
Zoek bokkenpruik op
Woordenlijst.org
Zoek bokkenpruik in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bokkenpruik op
Wikipedia